Blog - Nieuws - Tips

Boeren worden niet beschermd – de stille verandering van het platteland

Door Marcel Roerdink – opiniestuk op persoonlijke titel

Sinds maart 2023 vertegenwoordig ik als Statenlid de inwoners van Gelderland. Vanuit Winterswijk, waar ik woon, werk en met paarden fok, ben ik met open vizier het stikstofdossier ingedoken. Mijn uitgangspunt was simpel: hoe lossen we dit eerlijk en praktisch op zonder dat boeren en plattelandsbewoners de dupe worden van modellen, aannames en politiek wensdenken?

Wat ik ontdekte, was geen technisch milieuprobleem, maar een complex en bestuurlijk gestuurd proces van beleidsmatige sanering, economische verdringing en systematische onteigening van boeren. Een stille, goed georganiseerde terugtrekking van agrarische rechten, grond en ruimte.

Van landbouwgrond naar natuurgebied: de grote grondverschuiving

In 1990 kwam het kabinet-Lubbers III met het Natuurbeleidsplan (NBP). Daarmee werd de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geïntroduceerd: een netwerk van aaneengesloten natuurgebieden. Daarvoor moest in totaal 190.000 hectare grond worden omgevormd tot nieuwe natuur. In de periode 2011–2027 komt daar nog eens 80.000 hectare bij, onder de vlag van het Nederlands Natuurnetwerk (NNN).

Die 270.000 hectare is grotendeels cultuurgrond van boeren – eeuwenlang bewerkt en onderhouden. Met belastinggeld werd deze grond aangekocht voor marktprijzen (voor bouwland betalen we nu gemiddeld € 100.000 per hectare en voor grasland ligt dit gemiddelde nu op € 85.000 per hectare), om vervolgens te worden afgewaardeerd tot natuurgrond, waarvan de marktwaarde soms minder dan een vijfde is. De boer verkocht, maar de maatschappij verloor: zowel in waarde als in zeggenschap.

Van boer naar VBNE: een stille machtsverschuiving

Na aankoop belandde een groot deel van deze grond niet in publieke handen, maar bij leden van de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE): Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, LandschappenNL, het Rijksvastgoedbedrijf en anderen. Samen bezitten zij inmiddels ruim 90% van het natuurareaal in Nederland.

Zij beheren deze terreinen grotendeels met publiek geld: voor het onderhoud van een netwerk dat naar verwachting 724.331 hectare zal beslaan per 31-12-2027, ontvangen zij structurele subsidies. Terwijl de boer zijn grond kwijtraakte, werd een selecte groep natuurbeheerders zowel eigenaar, subsidieontvanger als beleidsadviseur.

 

De stikstofcrisis als beleidsversneller

Na het schrappen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) door de Raad van State (RvS) in 2019, brak bestuurlijke paniek uit. De provincies werden opgedragen met alternatieven te komen. Zo ontstonden de Natuurdoelanalyses, gebaseerd op dezelfde modellen en aannames als het PAS en in wezen veranderde er dus niets, want we hebben het nog steeds over programma’s zonder een beleidsstatus en dus wettelijke plicht om deze uit te voeren.

Het belangrijkste neveneffect van de uitspraak door de RvS was echter wel dat het ‘voorzorgsprincipe’ (dat burgers beschermt tegen onrechtmatig handelen van onze overheid), bij de natuur kwam te liggen in plaats van bij de burger.

In Gelderland zijn gebieden als de Willinks Weust en Bekendelle aangewezen als overbelast stikstofgebied. Ik woon zelf in Winterswijk, ben opgegroeid tussen die natuur, en zie juist hoe genomen beheermaatregelen – zoals grootschalige ontbossing en het afgraven van duizenden kubieke meters voedselrijke agrarische gronden – van invloed zijn geweest op de enorme veranderingen in het natuurgebied en niet in hoofdzaak door stikstofdepositie of problemen met de waterhuishouding.

De meetpartners (WUR, OnePlanet, UvA, RIVM en TNO) hebben in de pilot Maatwerk met Meetwerk Liefstinghsbroek” getracht inzicht te krijgen in de stikstofbelasting van het natuurgebied. Hierbij werd gekeken naar waar komt de stikstof (zowel NO2 als NH3) in de buitenlucht vandaan en waar slaat de stikstof neer. Bij veel mensen bestaat het beeld, dat alles eenvoudig te meten is en dat meten direct duidelijkheid oplevert. Helaas is dit niet het geval in het stikstofdossier, waarin er vele variabelen zijn, die op soms onverwachte manieren op elkaar ingrijpen. In feite is het een combinatie van fysische, chemische en biologische processen, verder gecompliceerd met invloeden vanuit de mens en natuur.

“Als 5 meetpartners geen zekerheid kunnen geven over wat stikstofemissie vanuit koeienstallen doet met de natuurkwaliteit in een natuurgebied, waar is dan ons stikstofbeleid op gebaseerd?”

We zien een georganiseerde ontboering

Wat we zien, is een langdurige, planmatige herstructurering van het platteland, waarin boeren hun grond kwijtraken, economische ruimte verliezen en sociale gemeenschappen onder druk staan.

We spreken hier niet over een natuurvisie, maar over een landvisie – één waarin de boer steeds minder plaats heeft en waarin publieke middelen structureel worden ingezet om grond te verwerven, af te waarderen en over te dragen aan private en semipublieke natuurorganisaties.

Tijd voor democratische terugkoppeling

De controle op dit proces ontbreekt grotendeels. Partijen die beleid opstellen, zijn ook betrokken bij de uitvoering én toetsing ervan. De Ecologische Autoriteit, die Natuurdoelanalyses beoordeelt, bestaat grotendeels uit leden die ook gelieerd zijn aan natuurbelanghebbenden of eerdere beleidsadviezen. Onafhankelijkheid is dan moeilijk aan te tonen.

Daarom is het aan ons – volksvertegenwoordigers, boeren, burgers en buitenlui – om dit proces transparant te maken. Niet om terug te keren naar vroeger, maar om te zorgen dat toekomstig natuur- én landbouwbeleid gedragen is, gebaseerd op feiten, en bovenal: eerlijk en rechtvaardig.

Een persoonlijke noot

Mijn betrokkenheid is persoonlijk. Als paardenfokker weet ik hoe belangrijk open ruimte, landschapsbeheer en agrarische vitaliteit zijn. Ik vind het onvoorstelbaar dat we straks geen ruimte meer hebben voor uitgestrekte weidegebieden, niet alleen voor koeien en schapen, maar ook voor paarden – verweven met ons landschap, onze cultuur en onze economie.

Daarom schrijf ik dit opiniestuk op persoonlijke titel. Omdat ik niet geloof in een platteland zonder boeren. En omdat ik geloof dat er plek moet zijn voor landbouw én natuur – maar dan wel op basis van eerlijk beleid, degelijke wetenschap en gezond boerenverstand.