Sinds 2019 is Joost Duvigneau voorzitter van de optochtcommissie. Vanuit die rol is hij onmisbaar achter de schermen van het bloemencorso in Winterswijk. In dit gesprek vertelt hij over verantwoordelijkheid, vrijwilligers, uitdagingen en het belang van jeugd. “Wij regelen de optocht, maar het corso leeft dankzij de bouwers en het publiek.”
“De term ‘winterslaap’ bestaat niet meer,” lacht Joost Duvigneau. Waar de optochtcommissie vroeger in maart begon, draait alles tegenwoordig van januari tot november door. Als voorzitter zorgt hij samen met een toegewijd team dat het corso op rolletjes loopt: veiligheid,
vergunningen, planning, en vooral ruimte bieden aan de corsogroepen.
De optocht is voor velen het hoogtepunt van het volksfeest. “Op vrijdagochtend komen duizenden mensen samen aan de straat. Families, vrienden, jong en oud. Dat moment is magisch. Daarna verspreidt het feest zich door het hele dorp.” Ook op zaterdag rijden de wagens
nogmaals, zodat iedereen ze kan bewonderen.
Een moment dat Joost nooit zal vergeten, is het alternatieve corso tijdens de coronaperiode. “We konden geen optocht organiseren, maar hebben met man en macht een parkcorso opgezet in het Scholtenbrugpark,” vertelt hij.
“Elke groep kreeg een eigen plek om creaties tentoon te stellen. Alles was omheind, met strikte regels, maar het wás er. En het
publiek kwam. Dat we bijna alle bouwgroepen betrokken kregen en dat zij zulke kwaliteit leverden onder zulke omstandigheden… dat was echt indrukwekkend. Het toonde hoe diep het corso leeft en het robuust is tegen een stootje. Wat er ook gebeurt, we gáán door.”
In de afgelopen jaren zag hij hoe belangrijk samenwerking is. Niet alleen lokaal, maar ook regionaal met andere corsoplaatsen én landelijk via het corsocongres. “Kennis delen is cruciaal om onze traditie te behouden.” Dat geldt ook voor de jeugd. “We zien
steeds meer jeugd bij het corso. Kinderen bijvoorbeeld die samen met hun ouders begonnen met een eigengemaakte corsowagen en nu zelf een B-wagen maken.”
Toch zijn er zorgen. “De regeldruk groeit enorm. Een veiligheidsplan telt inmiddels tachtig pagina’s. We worden beoordeeld als een groot festival.” Ook het vinden van bouwplekken, vrijwilligers en betrokken ouders is een uitdaging. Daarnaast verandert de maatschappij steeds sneller en is het essentieel om mee te buigen waar dat mogelijk is. Het zal het corso ten goede komen!
Joost is trots op de erkenning van het bloemencorso als immaterieel cultureel erfgoed. Het bloemencorso is echter meer en draait niet om titels, bestuurders of ereprijzen. Hij benadrukt: “Het bloemencorso draait om de mensen op straat. De corsobouwers, de plakkers, de muzikanten – zij brengen het feest tot leven.” Het moet daarom ook een feest zijn wat toegankelijk is voor iedereen.
Het corso zit diep en is zoveel meer dan de optocht tijdens het laatste weekend van Augustus. Het is verbinden, vieren en elkaar versterken. Het is iets om te koesteren met zijn allen. Met zijn betrokkenheid is Joost Duvigneau samen met zovele anderen een onmisbare schakel in het bloemencorso, waar we allemaal volop van genieten als de corsowagens voorbij rijden in Winterswijk.