Hij verschanst zich achter een pilaar. Of eigenlijk, probeert
zich te verschansen. Aan de ene kant steekt de buik er
uit, aan de andere kant de kont. Hij is gehuld in smoking en
houdt een Walther P99 in de hand recht omhoog. De gitaar
en de trompetten omfloersen met het bekende deuntje het
hilarische toneelstukje.
Het is zijn entree in de lokale politiek. Het begin van iets
nieuws. Voor de nieuwe partij, voor het nieuwe raadslid. De
lokale middenstand is zijn habitat, waar zijn hart ligt. Hij wordt
raadslid en wethouder.
Dát is het moment dat ze thuis steeds vaker klagen over die
vislucht in huis. Waar komt die toch vandaan? Zijn vrouw denkt
het te weten, pakt zijn schoenen en ruikt aan de zolen. Ze trekt
de neus op. En kijkt hem verwijtend aan.
Hij is nu eenmaal de wethouder met het centrum in portefeuille.
Elke dag maakt hij zijn rondjes door het centrum, om te praten
met middenstanders. Hij maakt ook een rondje om de kerk en
schuifelt over de klinkers waar op woensdag en zaterdag de
visboeren staan. Hij legt het uit, thuis. Máár, die vislucht, niet te
harden. Ga wat anders doen!
Nou, vooruit dan maar, denkt hij. De lucht bij de buren is vast
beter en hij wordt directeur Binnenstadbedrijf Doetinchem. Ja,
Doetinchem… Hij weet het, dat gepoch over de zelfbenoemde
hoofdstad van de Achterhoek, hij gruwt er ook van.
Hij komt in een andere wereld, met een collega die minstens
zoveel praat als hij en die altijd zegt: Het is geen wet van meten
en persen. De klaagzang thuis over dat meten en persen
neemt alleen maar toe. Het thuisfront wordt er gek van. Zijn
vrouw krijgt spontaan heimwee naar de vislucht.
Ze krijgt haar zin! Hij wordt ambtenaar in Aalten, adviseur
grensoverschrijdende samenwerking en public affairs. Dat
laatste klinkt ook lekker Duits! Thuis is zijn vrouw minder blij.
Aalten? Zo komt die vislucht nóóit terug in huis! Luister, zegt
ie, wáár zit ik nu beter dan in Winterswijk als ik Duitsers wil
ontmoeten! Dus ga ik vanaf morgen weer rondjes lopen om
de kerk, over de viskeien!