Blog - Nieuws - Tips

Winterswijker met Superboerenhart richt blik op promotie

Hij werd geboren in Congo, groeide op in Winterswijk en speelt inmiddels in het eerste elftal van De Graafschap. Othniël Raterink (19) is bescheiden, hardwerkend en nuchter — precies zoals de regio hem heeft gevormd. Zijn verhaal laat zien hoe rust, discipline en een hechte omgeving de basis kunnen vormen voor grootse dromen. “Ik heb van mijn hobby mijn baan kunnen maken. Dat voelt niet als werk, dat is genieten.”

Othniël Raterink kijkt met een goed gevoel terug op zijn jeugd in Winterswijk. “Ik had goede mensen om me heen en nooit problemen. Het is gewoon een fijne plek om op te groeien.” Op jonge leeftijd kwam hij terecht bij FC Trias, de club vlak bij huis. “Ik woonde er tegenover, dus de keuze was makkelijk,” vertelt hij lachend. Al snel viel zijn talent op. Op zijn negende werd hij gescout door De Graafschap. “Ik deed proeftrainingen en na een jaar kreeg ik het telefoontje dat ik erbij mocht. Toen begon het eigenlijk pas echt.”

Hoewel hij inmiddels veel tijd in Doetinchem doorbrengt, blijft de band met Winterswijk sterk. “Voor de duidelijkheid zeg ik soms dat ik uit de buurt van Doetinchem kom, maar wie me kent weet: ik ben en blijf een Winterswijker.”

De stap van jeugdvoetbal naar het eerste elftal kwam geleidelijk. “Vanaf mijn zeventiende ging het ineens snel. Toen zat ik bij Oranje en merkte ik dat voetbal meer werd dan alleen een hobby.” Zijn eerste doelpunt als basisspeler in stadion De Vijverberg noemt hij zijn mooiste moment. “Thuis tegen VVV-Venlo, dat vergeet ik niet meer.”

Over zijn karakter is hij duidelijk. “Ik ben bescheiden en hardwerkend. Dat past bij deze regio.” Die nuchtere instelling helpt hem ook in het profvoetbal. “Als het een keer niet loopt, blijf ik gewoon mijn best doen. Dat is de mentaliteit van De Graafschap: altijd alles geven.”

De jonge verdediger leert veel van zijn ervaren ploeggenoten. “Iedereen helpt elkaar, we zijn echt een team.” Tijdens wedstrijden is hij volledig gefocust. “Ik hoor het publiek bijna niet, ik zit echt in de zone. Pas na afloop besef je wat er allemaal om je heen gebeurde.” Toch geniet hij van volle tribunes. “Dat maakt het voetbal zoveel mooier. De supporters zijn echt de twaalfde man.”

Wat hem typeert, is de balans tussen rust en vastberadenheid. Buiten het veld is hij rustig en bedachtzaam, maar binnen de lijnen onverzettelijk. “Ik geef altijd alles. Ik wil elke dag beter worden.” Zijn dagen bestaan vooral uit trainen, rusten en gezond leven. “Dat hoort erbij. Je leert discipline en prioriteiten stellen, ook als je even geen zin hebt. Dat is uiteindelijk wat je verder brengt.”

Zijn boodschap aan jonge voetballers is helder: “Blijf plezier houden. Als je plezier hebt, word je vanzelf beter. Als het niet leuk meer is, werkt het niet. Plezier is de basis van alles.” Tegelijk weet hij dat plezier alleen niet genoeg is. “Er zijn ook momenten dat het minder gaat. Dan moet je mentaal sterk blijven. Doorzettingsvermogen is belangrijk.” Tegenslagen ziet hij als leermomenten. “Soms moet je een stap terug doen om er twee vooruit te kunnen.”

Ook buiten het veld blijft hij gefocust. “Ik doe niet veel naast voetbal. Alles draait nu om mijn sport. Je leert omgaan met druk, maar ik probeer vooral mijn eigen pad te volgen.”

De feestdagen viert hij traditioneel, samen met familie en vrienden. “Lekker eten, een kerstboom in de woonkamer, gewoon gezellig samen zijn.” Zijn wens voor het nieuwe jaar is duidelijk: “Promoveren met De Graafschap, dat zou geweldig zijn.”

En als het over Winterswijk gaat, verschijnt er direct een glimlach. “De Revolutie, dat vind ik een mooie plek om te eten. Dat is wel een bekend plekje als je uit Winterswijk komt.”